Reisdagboek #5: La Paz en de Death Road

Categories Actief, Backpacken, Fietsen, Reisdagboek
La Paz

Vandaag een iets ander artikel. Vanwege de slechte wifi kan ik helaas slecht afbeeldingen invoegen. Zodra ik goede wifi heb zal ik ze alsnog toevoegen, maar voor nu mogen jullie het doen met alleen een verhaal. Deze week gaan we de grens over naar Bolivia!

 Vrijdag

Als de wekker gaat pakken we in en gaan we ontbijten. We willen op tijd door, want we moeten vandaag de grens over. Hugo heeft opgezocht hoe laat de bussen gaan, dus we zorgen dat we op tijd op het busstation zijn. Dat is nog even een uitdaging, want als je ze niet nodig hebt zijn er overal taxi’s, als je ze wel nodig hebt zijn ze nergens. Ki

Als we eenmaal een taxi hebben gevonden zijn we er gelukkig snel. Er gaan twee bussen naar La Paz met Tour Peru, uiteraard op heel andere tijden dan op internet staat. We zijn gelukkig wel nog op tijd voor de bus van 7.15 uur.

Deze bus is al wat minder luxe dan Cruz del Sur, want we moeten zelf onze bagage naar het bagagevak brengen. Verder is de bus wel prima, dus we hebben niets te klagen. We raken aan de praat met een Amerikaan en een Portugees/Britse die nu in Chili wonen. Zij gaan ook naar La Paz. Dat is verwarrend, want de bagage moet dan anders gelabeld. Maar het komt goed.

We delen de bus ook met een stel dat we eerder ook al in een bus zagen en die ons grappend busmaatjes noemt. Zij zijn al naar de Galapagoseilanden geweest en kunnen ons daar enthousiast over vertellen, dus dat is leuk.

Dan gaan we eindelijk rijden. We hebben mooi uitzicht over het Titicacameer, daar rijden we steeds langs. Na een uurtje of 3 komen we aan bij de grens. Eerst moeten we de bus uit en kunnen we wat geld wisselen en wat eten kopen. Dan rijden we iets verder, waar we uitstappen om een exitstempel te krijgen voor Peru.

En dan begint het lange wachten… We staan ruim een uur in de rij. Ondertussen worden we nog even ondervraagd over onze bezigheden in Peru (een enquete voor de toeristenbureaus). Eenmaal aan de beurt blijkt er een man aan het werk te zijn. Niet heel handig dus.

Met onze exitstempel mogen we de grens over en kunnen we Bolivia in wandelen. Hier moeten we natuurlijk weer gecontroleerd worden. Voor Bolivia krijgen we naast een stempel een papiertje dat we bij weggaan weer nodig hebben, dus we moeten het niet kwijtraken.

Dan mogen we eindelijk weer de bus in en kunnen we door! Denken we. Want niet lang erna komt er een man de bus in die ons in zowel Spaans als Engels verteld dat we straks uit moeten stappen. We moeten namelijk een rivier oversteken?! We stappen uit de bus en moeten voor een klein bedrag met een bootje naar de overkant. De bus komt vervolgens met een andere boot.

De boot met de bus is veel langzamer, dus we kunnen even een broodje halen en met de anderen kletsen. We blijken een stuk Titicacameer over te zijn gevaren en we verwonderen ons allemaal over het feit dat hier niets handigers op is bedacht.

Uiteindelijk komen we pas rond een uur of 17.00 aan in La Paz. Dat is dus een flinke busreis die ons bijna de hele dag heeft gekost. Gelukkig blijkt de bus te stoppen in de straat waar we een hostel hebben geboekt en niet in het busstation. Waarom? Geen idee, maar wel handig.

We besluiten die avond lekker makkelijk te doen en eten wat in het restaurant bij het hostel. Erna wandelen we nog een rondje en vragen hier en daar wat info over het fietsen van de Death Road, want dat willen we ook graag doen.

Zaterdag

Het stel uit Chili had ons al gezegd dat het is vandaag een feestdag was in La Paz en dat merken we meteen de volgende dag. We hebben wat tijd vol te maken voor de free walking tour begint. Vlakbij het hostel zijn hele straten afgezet voor de optochten die overal langskomen. We zien de meest kleurrijke groepen die voorbij dansen en blijven er even kijken.

We ontdekken al snel het nadeel van dit feest: veel dingen zijn helaas dicht. We zijn dus redelijk op tijd op het plein met de free walking tour. We halen een fruitsalade en wachten op het begin.

De free walking tour neemt ons mee langs de markt: La Paz staat bekend om haar grote openluchtmarkt. Om die reden zijn er weinig winkels en praktisch geen supermarkten. Naast deze markt gaan we ook naar een overdekte mercado, die we al kennen uit Arequipa, waar we een empanada en vruchtensapje halen.

Alsof dat niet genoeg markten zijn heb je nog de heksenmarkt, waar allerlei middeltjes verkocht worden waar Bolivanen in geloven en gekke dingen als lamafoetussen om offers uit te kunnen brengen.

Het laatste deel van de walking tour gaat normaal naar Plaza Murillo, waar de mooiste gebouwen van La Paz staan. Deze stad is de politieke hoofdstad van Boliva (zoals Den Haag bij ons) en daar staan de overheidsgebouwen en kathedraal. Het is echter lastig om de straat over te steken met de optochten, dus die informatie geven ze ons ergens anders.

Vliegen over de stad

Na deze informatie hebben we nog een hele middag te vullen. Iets anders waar La Paz bekend om is geworden zijn haar teleferico’s, kabelbanen over de stad. Deze zijn niet voor toeristen, maar een vorm van openbaar vervoer. Er zijn nu al vier lijnen en dat willen ze uitbereiden tot wel twintig! Omdat het tot het OV behoord is het erg goedkoop, dus dat is fijn.

We wandelen naar de ingang van de gele lijn en nemen deze naar boven, helemaal tot de bovenste wijk El Alto. Deze wijk staat niet bekend als heel veilig, dus we lopen alleen naar het uitzichtpunt. Het is bijzonder om te zien hoe groot de stad is. Andere Zuid-Amerikaanse steden zijn ook groot, maar door deze hoogte zie je het pas echt.

Bij het uitzichtpunt staat toevallig ook een Nederlandse jongen met wie we spraken tijdens de walking tour. Met hem nemen we de teleferico weer omlaag en wandelen we terug naar het centrum. Hier zeggen we hem gedag, want we willen toch Plaza Murillo wel even zien.

Bij de oversteek worden we net tegengehouden en moeten we weer een hele optocht afwachten. Het mannetje ziet echter Hugo’s camera en zegt dat hij wel foto’s mag maken, waardoor Hugo als een echte persfotograaf eerste rij mag staan. Dat maakt het wachten wat minder erg.

La Paz

Zoals verwacht is de kathedraal ook niet open, maar het plein is alsnog mooi. Er zijn wel iets te veel duiven naar mijn smaak, want ik houd niet van vogels.

We sluiten onze dag af door de tourbureautjes af te gaan en bij een van de bureautjes die goede waarderingen heeft op Tripadvisor de Death Road te boeken voor de volgende dag. Als dit is gelukt gaan we nog eten in een restaurant, voor de gaan slapen.

Zondag

We staan alweer vroeg naast ons bed, want we moeten om 7.45 uur bij het kantoortje zijn. We eten het (vrij beroerde) ontbijt en geven onze tassen af. We willen een nachtje langer blijven dan geboekt, dus we moeten van kamer wisselen.

Netjes op tijd staan we bij het kantoortje, maar er is natuurlijk niemand. Rond 8.00 uur worden we binnen gelaten. Als iedereen er is, nemen we een busje met de fietsen als op het dak. We zijn met ongeveer 10 personen en onze gids, Max. Ook hebben we nog een extra gids, Alex, en een chauffeur van het busje.

Het is een stukje rijden naar het begin van de Death Road. De weg heet zo (of eigenlijk Camino de la Muerte) omdat het een van de gevaarlijkste wegen ter wereld is. Dit omdat hij vrij smal is en je over de randen een diepe afgrond hebt. Er gebeurden hier altijd veel ongelukken met veel doden.

Negen jaar geleden is er echter een nieuwe weg geopend, wat betekent dat er bijna geen auto’s meer rijden over de Death Road. Om die reden is het niet meer zo gevaarlijk, want je mag gewoon rechts tegen de berg aan rijden (en niet links langs de afgrond, zoals vroeger toen je nog tegenliggers had).

Bovenop de berg krijgen we een ontbijtje terwijl de fietsen klaar worden gemaakt. Dan krijgen we onze outfits: kniebeschermers, elleboogbeschermers, een broek, een jasje, handschoenen en een fullfacehelm. Dit geeft wel een veilig gevoel, dan bezeer je jezelf niet als je valt. We beginnen met een stuk asfaltweg, zodat je een beetje een de fiets kunt wennen.

Na de asfaltweg gaan we met het busje een stukje omhoog voor we aan de echte Death Road beginnen. Wat deze weg ook bijzonder maakt is dat je begint op de hoge, droge en koude altiplano en dat de weg beneden eindigt in de jungle bij Coroico. De natuur rondom de weg is daarom prachtig.

De Death Road is een overharde weg vol stenen, dus het hobbelt flink. In het begin ben ik voorzichtig en rijd ik bij de achterste drie. Hugo rijdt een stuk harder en ligt meestal tweede (op de gids na dan). We houden om de zoveel tijd even pauze voor foto’s. Ongeveer halverwege stoppen we voor een langere pauze met eten en drinken.

Op dit punt kun je ook ziplinen, wat vrij nieuw is. Wij besluiten dit niet te doen om wat geld te besparen, maar we kunnen de anderen het wel zien doen. Het is inmiddels als veel lekkerder weer, dus het is een fijne pauze.

Ik klets in de pauze nog wat met de chauffeur, die ons nog wat enge dingen verteld over de Death Road. Zo is dit jaar nog een busje van hun maatschappij over de rand in de afgrond gevallen.. Alleen de chauffeur zat erin en ze weten niet exact wat er gebeurd is. Ze denken dat hij is ingehaald door een onervaren gids van een andere maatschappij en toen moest uitwijken en over de rand is gegaan, maar dat is speculeren. Hij vindt het leuk dat ik met hem praat, want hij laat me erna ook nog de stenen in de banden van het busje zien.

We zien nu ook meer groepen van andere maatschappijen. Sommigen hebben alleen een geel veiligheidshesje aan en een normale helm: waarschijnlijk de goedkopere maatschappijen. Ik ben toch wel blij met onze spullen. Wellicht overdreven, maar je voelt je er veel zekerder in. En als je valt is het niet zo erg, want je bent goed beschermd.

Na de pauze gaan we verder. Ik durf inmiddels een stuk harder en lig ongeveer vijfde, terwijl Hugo inmiddels meteen achter de gids fietst.

Eigenlijk al sneller dan gedacht zijn we aan het einde van de Death Road. Hier worden onze fietsen weer op het busje geladen en mogen we de warme beschermende kleding uittrekken. We nemen het busje naar een hotel in Coroico, waar we lunchen en even kunnen uitrusten.

De lunch is prima, het is een buffet met veel keuze. We kunnen ook douchen, maar die is helaas koud. In het hostel hebben we een warme douche, dus daar wachten we liever op. Er is ook een zwembad, maar dat water is ook koud, dus ik lees wat in het zonnetje.

Dan is het alweer tijd om terug te gaan, want het is bijna drie uur rijden naar La Paz. We gaan over de nieuwe weg, wat ook wel leuk is, want die konden we zien liggen vanaf de Death Road.

Een deel van de weg slapen we. Het laatste stuk zijn we weer wakker en verbazen we ons over de dikke mist die ineens tevoorschijn is gekomen op de altiplano. Gelukkig hoefden we daar niet doorheen te fietsen!

Terug in La Paz is het alweer donker. We krijgen nog een T-shirt waarop staat dat we de Death Road overleefd hebben en een dvd met de foto’s. Deze kunnen we helaas niet openen op onze tablet, dus die foto’s volgen nog!

In het hostel boeken we onze vlucht voor de volgende dag. De busreis naar Cochabamba kost ongeveer 6 uur: zonde van de dag. We kunnen ook vliegen voor 30 euro per persoon en dat is slechts 45 minuten. En het uitzicht schijnt prachtig te zijn.

Maandag lezen jullie alles over Cochabamba en reizen we naar de echte hoofdstad van Bolivia: Sucre.

OP DE HOOGTE BLIJVEN?

Dan kun je Groetjes uit Verweggistan volgen op Instagram of Facebook. Ik probeer dagelijks een foto te plaatsen (als we internet hebben) op Instagram.

4 thoughts on “Reisdagboek #5: La Paz en de Death Road

  1. Wat leuk, dat feest in La Paz! Toch bijzonder om zoiets mee te maken. Net als fietsen over de Death Road, wat een avontuur. Hoe eng het ook klinkt, ik zou het toch willen doen ook. Want zo te lezen viel het jullie ook wel mee toch?

    1. Ja zeker bijzonder! Daar hadden we echt geluk mee. De Death Road valt wel mee hoor. Als je een goede maatschappij kiest met beschermende kleding en goede fietsen, dan is het prima te doen. De weg is ongeveer 3 meter breed, dus je kunt makkelijk aan de kant van de berg blijven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *